Spelregelwedstrijd Arbitraal

Spelregelwedstrijd Arbitraal seizoen 2017-2018

 

 Ronde 1

Ronde 2 Ronde 3 Ronde 4 Ronde 5 Ronde 6

 1C,2D,3A,4D,5B       1B,2C&D,3A,4C,5B   1B,2A,3D,4C,5B       1B,2A,3C,4A,5A        1C,2C,3C,4D,5C       1D,2A,3B,4B,5C

 

 


 

Beste lezers annex deelnemers,

De spelregelwedstrijd van Arbitraal is er weer. In deze editie wordt de eerste ronde van het seizoen 2017-’18 gepubliceerd. Net als de voorgaande jaren zal de wedstrijd uit zes rondes van vijf vragen bestaan. Meedoen is eenvoudig: u mailt de antwoorden binnen drie weken na publicatie in Arbitraal naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. (dit is het mailadres van de spelregelcommissie). De vragen staan ook in Arbitraal en zijn te vinden in De Stip op papier. Bovendien wordt er na iedere publicatie een mail als herinnering gestuurd.

De spelregelcommissie verzamelt de antwoorden en houdt de scores bij. Na drie ronden wordt in Arbitraal een tussenstand geplaatst. Op de jaarlijkse feestavond zal de winnaar bekend worden gemaakt.

In het kort:

  • 6 ronden
  • 5 meerkeuzevragen
  • 1 goed antwoord per vraag
  • 1 punt per goed beantwoorde vraag

De vragen komen uit de spelregels, de interpretaties en de besluiten die de KNVB publiceert. Uiteraard tellen ook de meest recente spelregelwijzigingen mee. Over de uitslag kan worden gecorrespondeerd, maar dat wil niet zeggen dat u gelijk krijgt. De spelregelcommissie, die uitgesloten is van deelname, houdt het laatste woord. Kijk op de website om de vragen van vorig jaar en de afgelopen rondes te bekijken.

Veel succes met uw deelname!

De spelregelcommissie


  

Ronde 1 (oktober 2017):

Let op: Per vraag is slechts één goed antwoord mogelijk!   

Vraag 1:
Een verdediger van partij A gaat op zijn knieën zitten om de bal, die stil op de grond ligt, terug te spelen met het hoofd naar zijn keeper. De keeper neemt de bal aan met zijn voeten en speelt deze meteen naar een andere verdediger. Wat dient de scheidsrechter te beslissen? 

  1. Doorspelen, er is hier geen sprake van een overtreding.
  2. Doorspelen, de keeper heeft de bal immers niet in zijn handen gepakt.
  3. Indirecte vrije trap en een gele kaart voor de verdediger.
  4. Indirecte vrije trap en een gele kaart voor de doelverdediger.

Vraag2:
Een aanvaller van partij A maakt in het strafschopgebied van partij B opzettelijk hands. Een verdediger van partij B speelt de bal uit de toegekende vrije schop terug op zijn doelverdediger. De bal verdwijnt zonder door de keeper te zijn aangeraakt in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen? 

  1. Aftrap.
  2. Doeltrap.
  3. Hoekschop.
  4. Overnemen. 

Vraag 3:
Op de speelhelft van partij A laat de scheidsrechter het spel hervatten door middel van een scheidsrechtersbal. De bal verlaat echter het speelveld over de zijlijn door een oneffenheid in het veld, voordat iemand de bal had kunnen spelen. Hoe hervat de scheidsrechter het spel nu?
 

  1. Wederom een scheidsrechtersbal.
  2. Een ingooi voor de verdedigende partij.
  3. Een indirecte vrije schop voor partij A.
  4. Een directe vrije schop voor partij A. 

Vraag4:
Op het moment dat een speler binnen het speelveld voorbij komt lopen, gooit een gewisselde speler van de tegenpartij vanaf de bank een bidon naar deze speler. Hoe hervat de scheidsrechter het spel nadat hij dit heeft onderbroken en de gewisselde speler een rode kaart heeft getoond?

  1. Met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
  2. Met een indirecte vrije schop op de plaats waar de speler werd geraakt.
  3. Met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
  4. Met een directe vrije schop op de plaats waar de speler werd geraakt of geraakt zou worden.

 
Vraag 5:
Een doelverdediger wil de bal uitwerpen, maar de gladde bal glijdt uit zijn handen. Een aanvaller komt nu snel toegelopen, maar de doelverdediger ziet echter nog net kans om de bal uit zijn doelgebied weg te slaan, voordat de aanvaller de bal in het doel kan trappen. Wat moet de scheidsrechter beslissen? 

  1. Hij fluit af, toont de doelverdediger een rode kaart wegens het ontnemen van een duidelijke scoringskans en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de doelverdediger de bal voor de tweede keer speelde.
  2. Hij fluit af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn zo dicht mogelijk bij de plaats waar de doelverdediger de bal voor de tweede keer speelde.
  3. Hij fluit af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op plaats waar de doelverdediger de bal voor de tweede keer speelde.
  4. Hij laat doorspelen, omdat de bal per ongeluk uit de handen van de doelverdediger gleed.

 

Ronde 2 (november 2017):

Let op: Per vraag is slechts één goed antwoord mogelijk!  

Vraag 1:
Er vindt een wissel plaats. Welke spelhervatting(en) mag de wisselspeler uitvoeren als hij het speelveld eerst heeft betreden?

  1. Inworp.
  2. Alle spelhervattingen.
  3. Inworp, hoekschop of indirecte vrije schop.
  4. Inworp, hoekschop, directe vrije schop of strafschop.

 Vraag 2:

Een keeper kan niet meer bij de bal en tikt de bal over zijn eigen doel met zijn bidon. Deze bal zou anders het doel in zijn gegaan en zo voorkomt de keeper een doelpunt. Hoe dient de scheidsrechter te handelen en het spel te hervatten?

  1. Met een strafschop en het tonen van een rode kaart aan de keeper.
  2. Met een strafschop en het tonen van een gele kaart aan de keeper.
  3. Met een indirecte vrije schop en het tonen van een gele kaart aan de keeper.
  4. Met een indirecte vrije schop en het tonen van een gele kaart aan de keeper.

 

Vraag 3:
De nemer van een strafschop komt tijdens zijn aanloop ten val, maar krabbelt snel op en na enkele passen schiet hij de bal in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

  1. Hij kent het doelpunt toe en laat aftrappen.
  2. Hij keurt het doelpunt af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
  3. Hij keurt het doelpunt af, toont de nemer van de strafschop een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije voor de tegenpartij.
  4. Hij keurt het doelpunt af, toont de nemer van de strafschop een gele kaart en laat de strafschop overnemen.

 

Vraag 4:
Bij een aanval door de tegenpartij stapt een verdediger opzettelijk over de zijlijn, omdat hij denkt, dat je zodoende een aanvaller buitenspel kunt zetten. Nadat de doelman de bal heeft gevangen stapt de verdediger weer het speelveld in. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

  1. Hij laat doorspelen.
  2. Hij onderbreekt en zal de verdediger een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de verdediger het veld in kwam.
  3. Hij laat doorspelen en zal de verdediger bij de eerstvolgende onderbreking een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld.
  4. Hij onderbreekt en zal de verdediger een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken.

 

Vraag 5:
Wanneer is een fluitsignaal nodig (verplicht)?

  1. Bij het toekennen van een doelpunt.
  2. Om het spel te hervatten nadat het spel onderbroken is voor het tonen van een kaart.
  3. Om het spel te laten hervatten met een vrije schop.
  4. Bij het toekennen van een hoekschop.

 

Ronde 3 (december 2017):
Let op: Per vraag is slechts één goed antwoord mogelijk! 

Vraag 1:
Als de tegenstander naar de bal trapt die door de doelverdediger wordt vastgehouden, zal de scheidsrechter beslissen:

  1. Om hem te bestraffen met een directe vrije schop wegens gevaarlijk aanvallen
  2. Om hem te bestraffen met een indirecte vrije schop wegens gevaarlijk spel
  3. Om hem niet te bestraffen
  4. Om het spel te onderbreken en te laten hervatten met een indirecte vrije schop wegens het hinderen van de doelman bij het in het spel brengen van de bal

Vraag2:
Een verdediger weet in het doelgebied een bal op kniehoogte voor een aanvaller weg te koppen, die de bal van korte afstand in verlaten het doel kan schieten. De aanvaller raakt hierbij het hoofd van de verdediger. Hoe dient de scheidsrechter hier te handelen?

  1. De scheidsrechter geeft een indirecte vrije schop aan de aanvallende partij op de lijn van het doelgebied etc. en geeft de verdediger een rode kaart
  2. De scheidsrechter geeft een directe vrije schop aan de verdedigende partij, omdat de aanvaller gevaarlijk spel pleegt, waarbij de tegenstander wordt geraakt.
  3. De scheidsrechter geeft een strafschop aan de aanvallende partij en een gele kaart aan de aanvaller.
  4. De scheidsrechter geeft een indirecte vrije schop aan de aanvallende partij.

Vraag 3:
Bij het nemen van een strafschop wordt de doelverdediger misleid doordat op het moment van schieten de strafschopnemer iets roept. Wat beslist de scheidsrechter indien de bal in het doel gaat?

  1. Directe vrije schop tegen de strafschopnemer.
  2. Overnemen van de strafschop en een gele kaart voor onsportief gedrag.
  3. Doelpunt.
  4. Indirecte vrije schop tegen de strafschopnemer en een gele kaart voor onsportief gedrag.

Vraag 4:
De doelverdediger gooit de bal van binnen het eigen strafschopgebied opzettelijk en met kracht tegen een tegenstander aan, die binnen het speelveld, maar buiten het strafschopgebied staat. De scheidsrechter onderbreekt hiervoor het spel. Hoe wordt het spel hervat?

  1. Met een indirecte vrije schop.
  2. Met een scheidsrechtersbal.
  3. Met een directe vrije schop.
  4. Met een strafschop.

Vraag 5:
Als tijdens het spel de bal tegen de assistent-scheidsrechter wordt geschoten en via hem uit het speelveld gaat, kan het spel op verschillende manieren hervat worden. Welke van de onderstaande mogelijkheden is niet juist?

  1. Doelschop.
  2. Scheidsrechtersbal.
  3. Inworp.
  4. Hoekschop.

 

Ronde 4 (januari 2018):
Let op: Per vraag is slechts één goed antwoord mogelijk! 

Vraag 1:
Welke straffen staat er op het spuwen van een medespeler?

  1. Directe vrije schop + een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
  2. Directe vrije schop + het wegzenden door het tonen van de rode kaart.
  3. Indirecte vrije schop + een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
  4. Indirecte vrije schop + het wegzenden door het tonen van de rode kaart. 

Vraag 2:
Omdat vlak voor tijd een elftal achter staat, verlaat de doelverdediger, die eenzelfde kleur shirt aan heeft als de doelverdediger van de tegenpartij, zijn doel en trekt mee met de aanval. Hoe zal de scheidsrechter hierop reageren?

  1. Hij laat het zonder meer toe.
  2. Hij onderbreekt het spel en geeft de doelverdediger een waarschuwing door het tonen van de gele kaart, omdat deze hem niet heeft geïnformeerd.
  3. Hij onderbreekt het spel en zegt dat de doelverdediger dat alleen mag, als hij het shirt van zijn elftal aantrekt.
  4. Hij onderbreekt het spel zodra deze doelverdediger in de buurt van de andere doelverdediger komt, omdat verwarring kan ontstaan. 

Vraag 3:
De inwerper laat de bal per ongeluk vallen. De scheidsrechter ziet dit. De bal komt bij een tegenstander terecht. Hoe reageert de scheidsrechter?

  1. Hij laat doorspelen, omdat hij de voordeelregel toepast.
  2. Hij onderbreekt het spel en laat de tegenpartij inwerpen.
  3. Hij onderbreekt het spel en laat dezelfde partij opnieuw inwerpen.
  4. Hij onderbreekt het spel en hervat het spel met een scheidsrechtersbal. 

Vraag 4:
Een toeschouwer probeert de bal tegen te houden die in het doel dreigt te gaan tijdens het spel. Hij raakt de bal, maar deze verdwijnt toch in het doel. Hoe hervat de scheidsrechter het spel?

  1. Met een scheidsrechtersbal.
  2. Met een aftrap na geldig doelpunt.
  3. Met een doelschop voor de verdedigende partij.
  4. Met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal geraakt werd. 

Vraag 5:
De bal is op het middenveld in het spel. De scheidsrechter ziet nu dat een speler een andere speler binnen het speelveld een klap geeft en onderbreekt het spel. De slaande speler wordt weggezonden door het tonen van de rode kaart. Op welke wijze kan nu het spel worden hervat?

  1. Met een strafschop of directe vrije schop.
  2. Met een directe vrije schop of een indirecte vrije schop.
  3. Met een strafschop of een indirecte vrije schop.
  4. Met een indirecte vrije schop of een scheidsrechtersbal.

 

Ronde 5 (februari 2018):
Let op: Per vraag is slechts één goed antwoord mogelijk!  

Vraag 1:
Bij een inworp blijft de inwerper zodanig lang met de bal in zijn handen staan, dat de scheidsrechter besluit om te fluiten en hem een gele kaart te tonen wegens tijdrekken. Hoe moet het spel hierna worden hervat?

  1. Met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn.
  2. Met een directe vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn.
  3. Met een inworp voor dezelfde partij.
  4. Met een inworp voor de tegenpartij.

Vraag 2:
Tijdens het spel slaat een speler vanuit het speelveld een assistent-scheidsrechter die op de zijlijn loopt.  Hoe zal het spel hervat moeten worden nadat de scheidsrechter het spel heeft onderbroken en de aanvaller een rode kaart heeft getoond?

  1. Hij laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de zijlijn.
  2. Hij laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
  3. Hij hervat het spel met een directe vrije schop op de zijlijn.
  4. Hij hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

Vraag 3:
Welke van de onderstaande overtredingen moet bestraft worden met een directe vrije schop (of strafschop)?

  1. Een speler trapt met een hoog geheven been, maar raakt daarbij zijn tegenstander niet.
  2. Een speler spuwt naar een toeschouwer.
  3. Een speler probeert een tegenstander te slaan.
  4. Een speler voorkomt dat de doelverdediger de bal uit zijn handen in het spel kan brengen.

Vraag 4:
Bij een bekerwedstrijd moet de beslissing vallen door het nemen van strafschoppen.  Uit de derde strafschop wordt gescoord en de scheidsrechter kent het doelpunt toe. De doelverdediger is het niet eens met deze beslissing omdat hij van mening is dat de bal de doellijn niet volledig heeft gepasseerd en hij beledigt op grove wijze de scheidsrechter.  De scheidsrechter toont hem de rode kaart.  Mag de doelverdediger nu worden vervangen door de reservedoelman die nog op de bank zit? 

  1. Ja, een doelverdediger mag altijd tijdens een strafschoppenserie worden vervangen door een reservedoelman die op de bank zit.
  2. Ja, dit mag mits deze reservedoelman vermeld staat op het wedstrijdformulier.
  3. Ja, dit mag mits er tijdens de wedstrijd nog niet drie keer gewisseld werd.
  4. Nee, hij mag alleen worden vervangen door een andere deelnemer aan de strafschoppenserie. 

Vraag 5:
Na rust fluit de scheidsrechter om de tweede helft te laten beginnen. De nemer van de aftrap schiet de bal rechtstreeks op het doel van de tegenpartij. Op het moment dat de bal ter hoogte van het strafschopgebied is, ziet de scheidsrechter dat de bal in een leeg doel dreigt te gaan, omdat er geen doelverdediger van die partij op het speelveld staat. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

  1. Hij wacht af en als de bal in het doel gaat, kent hij een doelpunt toe.
  2. Hij wacht af en als de bal in het doel gaat, laat hij de aftrap overnemen.
  3. Hij fluit af, geeft opdracht om een doelverdediger aan te wijzen die als zodanig herkenbaar is en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen hij het spel onderbrak.
  4. Hij fluit af, geeft opdracht om een doelverdediger aan te wijzen die als zodanig herkenbaar is en laat de aftrap overnemen.

 

Ronde 6 (maart 2018):
Let op: Per vraag is slechts één goed antwoord mogelijk! 
Beste deelnemers: Het kan snel gaan. De zesde en laatste ronde van onze eigen spelregelwedstrijd. Veel succes!

Vraag 1:
Een speler van Team A mag een strafschop nemen. De nemer maakt een schijnbeweging  bij het trappen van de bal, nadat de aanloop is afgerond. Tegelijkertijd begaat de doelverdediger een overtreding . Hij komt voordat de bal gespeeld is van de doellijn af. Wat zal de scheidsrechter moeten beslissen als de bal gestopt wordt door de doelman?

  1. Hij laat de strafschop overnemen, omdat beide spelers op hetzelfde moment een overtreding begaan.
  2. Hij laat de strafschop overnemen en hervat het spel met een scheidsrechtersbal omdat er door beide teams op hetzelfde moment een overtreding wordt begaan.
  3. Hij kent een indirecte vrije schop toe tegen de doelman en toont hem tevens een gele kaart voor onsportief gedrag.
  4. Hij laat de strafschop overnemen en geeft beide spelers een gele kaart voor onsportief gedrag

Vraag 2:
Omdat het shirt van een speler gescheurd is, gaat hij buiten het speelveld een ander shirt aantrekken. Hij betreed vervolgens het speelveld om zich bij zijn team te voegen zonder voorafgaande toestemming van de scheidsrechter. Hoe reageert de scheidsrechter nu?

  1. Een indirecte vrije schop en een waarschuwing door het tonen van de gele kaart tegen de teruggekeerde speler.
  2. De scheidsrechter laat gewoon doorspelen.
  3. Een indirecte vrije schop tegen de teruggekeerde speler.
  4. De scheidsrechter stuurt de bewuste speler terug naar de zijlijn, controleert vervolgens zijn uitrusting en geeft hem vervolgens toestemming het veld te betreden.

Vraag 3:
Team A mag een hoekschop nemen. De nemer tikt de bal aan, waardoor deze zichtbaar beweegt. Vervolgens komt een medespeler  aan lopen en deze gaat met de bal aan de voet richting doel , schiet op doel en scoort. Hoe moet de scheidsrechter handelen?

  1. Hij kent het doelpunt niet toe, want ondanks dat de bal duidelijk beweegt, is hij niet in het spel gebracht.
  2. Hij kent het doelpunt toe, want de bal wordt geraakt en beweegt, dus is de bal wel degelijk in het spel gebracht.
  3. Hij kent het doelpunt niet toe, omdat de bal niet duidelijk in het spel is gebracht. Hij zal de hoekschop over laten nemen.
  4. Hij kent het doelpunt niet toe. Hij zal een indirecte vrije schop toekennen op de plaats waar de medespeler de bal aannam en voor de 2e keer speelde.

Vraag 4:
Een aanvaller krijgt de bal toegespeeld en verliest per ongeluk in een duel met een tegenstander zijn schoen. Hij behoudt de bal en speelt ook verder. Vervolgens scoort hij na een lange rush door de bal, met nog maar 1 schoen aan, de doelverdediger te passeren. De SR kent het doelpunt toe. Is dat correct?

  1. Neen, want volgens de regels moet je onmiddeliijk daarna scoren of de bal spelen en nu zat er nog behoorlijk wat tijd tussen.
  2. Ja, want een speler die zijn schoen(en) of scheenbeschermer per ongeluk verliest moet dit zo spoedig mogelijk herstellen en niet later dan de eerstvolgende keer dat de bal uit het spel gaat
  3. Neen, want de SR had het spel moeten onderbreken en de speler moeten manen om zijn uitrusting in orde te gaan maken.
  4. Dat mag alleen als hij per ongeluk zijn scheenbeschermer verliest.

Vraag 5:
Een verdediger trapt in een duel op de rand van het doelgebied veel te hoog de bal voor het gezicht van een aanvaller weg op het moment dat die aanvaller de bal in het verlaten doel wil koppen. De aanvaller wordt hierbij niet geraakt, omdat de aanvaller de verdediger op datzelfde moment met beide handen wegduwde. De bal wordt echter door de verdediger alsnog over het eigen doel getrapt. Wat zal de beslissing van de scheidsrechter moeten zijn? Motiveer het antwoord.

  1. Beide spelers begaan tegelijkertijd een overtreding, de scheidsrechter fluit af en hervat met een scheidsrechtersbal.
  2. De scheidsrechter fluit af en laat hervatten met een directe vrije schop voor de verdediger. De overtreding van de aanvaller is de ernstigste overtreding.
  3. De scheidsrechter fluit af, stuurt de verdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart wegens het ontnemen van een duidelijke scoringskans en laat hervatten met een indirecte vrije schop tegen de verdediger. De overtreding van de verdediger is qua sanctie de ernstigste overtreding
  4. Beide overtredingen zijn even ernstig, de scheidsrechter laat doorspelen. In deze situatie kent hij daarom een hoekschop toe